De Australian Labradoodle
De Australian Labradoodle is een charmante, soepele en atletische hond met een zachte, vriendelijke uitstraling en ogen vol karakter. Hij is vrolijk, sociaal en energiek – altijd in voor een spelletje, een knuffel of een wandeling. Dankzij zijn intelligentie leert hij snel en is hij makkelijk te trainen, al vraagt hij wel om een consequente en liefdevolle begeleiding.
Wat deze honden zo geliefd maakt, is hun evenwichtige karakter, hun grappige, expressieve uiterlijk en hun allergievriendelijke vacht. Ze zijn echte gezelschapshonden die graag dicht bij hun mensen zijn en uitstekend passen bij gezinnen met kinderen.
Australian Labradoodles kunnen goed waken, maar zijn nooit agressief. Ze voelen de emoties van hun baasjes feilloos aan en zoeken vaak spontaan contact of een knuffel wanneer dat nodig is. Dankzij hun zachtaardige en empathische aard zijn ze uitermate geschikt als hulphond oftherapiehond.
Leuk weetje: Doodles hebben lichte zwemvliezen tussen hun tenen – echte waterliefhebbers dus!


De geschiedenis van het ras
In de jaren ’80 had Wally Conran van de Australische Hulphondenvereniging een bijzondere missie: het ontwikkelen van een hulphond die geschikt was voor mensen met een hondenallergie.
De vraag kwam van een koppel – de vrouw was slechtziend en had een hulphond nodig, maar haar man was allergisch voor honden. Om aan hun behoefte te voldoen, kruiste Conran een Poedel (intelligent, niet-verharend) met eenLabrador Retriever (zachtaardig, werkwillig). Zo legde hij de basis voor wat later de Labradoodle zou worden.
Omdat de eerste kruisingen nog niet stabiel genoeg waren in karakter en vacht, voegden fokkers zorgvuldig vier andere rassen toe: de Ierse Waterspaniel, Curly Coated Retriever, Amerikaanse Cocker Spaniel en Engelse Cocker Spaniel. Hoewel er decennia geleden in Australië enkele experimenten zijn gedaan met kruisingen met andere rassen, definieert WALA de ALD als een kruising van drie rassen: Labrador Retriever, Poedel en Cocker Spaniel (Engels en
Amerikaans).
Na meer dan 25 jaar zorgvuldig selecteren op karakter, gezondheid en vachtkwaliteit ontstond de Australian Labradoodle zoals we die vandaag kennen: een sociale, intelligente en vrijwel altijd allergievriendelijke gezinshond met een warm hart voor mensen.
Maten bij La Maison des Doodles
De Australian Labradoodle bestaat in drie groottes:​​
-
Miniatuur: 30 tot 43 cm / 7 - 13 kg
-
Medium: 43 tot 53 cm / 13 - 23 kg
-
Standaard: 53 tot 71 cm / 23 - 30 kg
Bij La Maison des Doodles fokken we uitsluitend met mini en medium Labradoodles. Wij vinden dit de ideale maten voor gezinnen: compact genoeg om gezellig binnen te leven, maar groot genoeg om mee op avontuur te gaan – van lange wandelingen tot sportieve uitstapjes.
Binnen één nest kunnen pups soms wat verschillen in grootte; dat hoort bij de natuurlijke variatie binnen het ras.
Hoe meten we de hoogte?
De hoogte van een Labradoodle wordt gemeten van de grond tot aan de schofthoogte (ook wel schouderhoogte genoemd). De schofthoogte is het hoogste punt van de wervelkolom, tussen de schouderbladen.



De vacht
De vacht van de Australian Labradoodle is werkelijk uniek. Het is héél allergie vriendelijk en verliest bijna geen huidschilfers. Beide vachten hebben geen ondervacht, die nieuwe vacht groeit door de oude heen. Als we onze Australian Labradoodle regelmatig borstelen voorkomen we klittenvorming. Als we dit niet tijdig aanpakken bestaat het gevaar dat we onze labradoodle volledig moeten scheren. Dit kunnen we beter voorkomen. Er bestaan speciale borstels dat het borstelen makkelijker maakt, namelijk activet-borstels.
Er bestaan 2 vachtsoorten:
-
De wollen vacht - doet denken aan zachte schapenwol
-
De fleecevacht - soepel en zacht, verkrijgbaar in wavy (golvend) of curly (krullend)
Om je doodle een goede borstelbeurt te geven is het belangrijk dat je hun vacht laag per laag aanpakt en borstelt tegen de richting van de haargroei. Het is belangrijk om reeds op jonge leeftijd je Australian Labradoodle pup dit aan te leren. Zo zorg je ervoor dat je hond op latere leeftijd het borstelen gewoon is en het makkelijker is om de vacht goed te verzorgen.
Kleurenpracht
De kleur van een pup wordt bepaald door de genetische kleurcodes van de ouders. Soms zijn alle pups uit een nestje dezelfde kleur, maar vaak is het een vrolijk palet: van wit, crème, abrikoos, karamel en rood tot chocolade, café au lait, lavendel of zwart.
Daarnaast bestaan er ook mismarks (kleine witte vlekjes) en parti colour Labradoodles, met twee hoofdkleuren in hun vacht. Elke vacht is anders – en dat maakt elke pup uniek.




Verzorging
Een goed onderhouden vacht is essentieel voor het comfort en de gezondheid van je hond. Wij raden aan om al op jonge leeftijd te oefenen met borstelen en stilzitten. Zet je pup op een tafel met een stroeve ondergrond en beloon rustig gedrag – zo wordt vachtverzorging een ontspannen moment voor jullie allebei.
Tussen de 7 en 13 maanden vindt de vachtwissel plaats: de zachte puppyvacht maakt plaats voor de volwassen vacht. In deze periode kunnen er snel klitten ontstaan, dus is het verstandig om de hond iets korter te laten knippen. Na de wissel volstaat meestal één grondige borstelbeurt per week en een trimbeurt om de drie maanden, afhankelijk van de gewenste lengte.
Een waterblazer is een handig hulpmiddel om je Labradoodle droog en schoon te krijgen na een bad of boswandeling. Besteed daarnaast bijzondere aandacht aan de oren: door de hangende vorm kan vocht of vuil zich ophopen, wat het risico op oorontstekingen vergroot. Regelmatig controleren en voorzichtig reinigen helpt dit te voorkomen.

